Tussentijdse teksten

Ze hingen slingers in mij op. Er was een taart. Met honderd kaarsjes die ik mocht uitblazen. In mijn holle hallen zongen ze luidkeels 'Lang...
| Lees verder
Ik heb een minnares. Mijn lief weet ervan – ze is niet gek. Een half jaar geleden heb ik het volmondig toegegeven. Ontkennen was geen optie:...
| Lees verder
Ze heeft wondjes. In haar gezicht. Het linkerglas van haar bril is gebarsten. Vechtpartijtje? Ja, steeds vaker. Met de tijd. Het verleden vl...
| Lees verder
Heen-en-weer-schuitje, overzetbootje, pontje. Ach, wat maakt de naam uit? Alle veren zijn vogels: oeverzwaluwen, die dagelijks oversteken. Z...
| Lees verder
Mijn vader was een man met buizen in zijn hoofd. Wanneer zij rood opgloeiden, hielden wij ons stil. Dan had hij ontvangst: Radio Zagreb, Fra...
| Lees verder
We spraken af bij Sluis Nul. Zij en ik. Vorige week donderdag. Van tevoren had ze haar driewekelijkse afspraak bij Reinier van Arkel, instel...
| Lees verder
Mag ik wat wangslijm van u? Of huidschilfers? Die ongepaste vragen dringen zich op in de Vincent van Goghstraat te Nuenen. Er lopen talloze...
| Lees verder
Ga naar ’t Spui in Amsterdam. Wacht tot het knarsen van tramlijn 2 is weggestorven. Druk nu je oor tegen de grond. Hoor je dat? Een aapje! M...
| Lees verder
 Wei is niet enkel grazig landwei is geen woord met hekkenwei is jij, ik, hij en zijis komen – nooit vertrekkenMeierij, Baronie, Kempen...
| Lees verder
Een keukentafel in Schaijk. Drie roze hyacinten in bloei. Vader Anton schenkt koffie in. Zijn kinderen schuiven aan: Teun (21), Gijs (19) en...
| Lees verder