Letterdans
Als je lang naar het woord saamhorigheid kijkt, gaan de letters voor je ogen dansen. Er ontstaan nieuwe woorden, waarvan enkele aan de geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië raken. In het woord saamhorigheid zitten smaragd en hagedis verstopt, maar ook drama, morsigheid en Hiroshima. Is dat toeval? Ik denk van niet. Taal zit vol wetmatigheden en taalt zelden naar toeval. Taal is als spekuk of kek lapis: zij kent gestapelde lagen waarin verborgen wijsheid ligt opgeslagen.
Wel heb ik een vraag. Is saamhorigheid een vertrouwd Indisch of Moluks begrip? Ik grasduinde in de archieven van kranten uit de Oost, met name uit de periode 1942 tot 1956. Het Bataviaasch Handelsblad, De Indische Courant, De Javabode. In die veertien beslissende jaren stond het woord verdeeldheid 1.444 in de Indische kranten, het woord saamhorigheid slechts 329 keer, zelfs inclusief de spelling met dubbel-o die tot 1947 gold.
Toch vind ik saamhorigheid een woord dat vloeiend past bij de Indische archipel. Haar eilanden zijn nooit eenzaam, omdat ze weten dat ze bij andere horen. Het geldt voor Ambon, Haruku, Saparua, Nusa Laut, maar ook voor Lombok, Sumbawa, Sumba en Flores.
Saamhorigheid tekent zich ook af en in de Indonesische flora. De 48.000 verschillende soorten planten, bloemen en bomen van Indonesië vormen een wijdvertakte en fijnmazige gemeenschap. Het liefst groeien al die natuurvormen in elkaars nabijheid – de maanorchidee, de waringin, de zoetgeurende melati. Een zeldzaam ecosysteem, zolang het nog bestaat, want wij slopen de aarde.
Verzot
In de fauna van Indonesië zie je eveneens de kracht van verbondenheid. Een dier alleen is in slecht gezelschap, weten de karbauw, de makaak en de rijstvogel. Want overal loert gevaar. In je uppie is het sowieso minder knus. Gelukkig zijn enkel de zeesterren en platwormen in Indonesië veroordeeld tot de saaiheid van voortplanting zonder geslachtsgemeenschap.
En de mens? Evolutionair zijn wij slechts een armlengte verwijderd van de orang-oetan op Sumatra, die niet zonder de geborgenheid van de groep kan. Dat geldt ook voor ons. Wij zijn verzot op onderlinge verbondenheid. Want wij weten instinctief dat we in ons eentje reddeloos verloren zijn.
Al sinds mijn jeugd zie ik hoe mensen wier leven met de Oost is verweven vaak grote saamhorigheid kennen. Drie taferelen, die dat illustreren.
Ik denk aan de vliegerwedstrijden op het Molukse woonoord Lunetten in Vught, die ik in de jaren tachtig bezocht. Luchtduels met vlijmscherp vliegertouw, waarmee je dat van de tegenstander probeerde door te snijden. Feest, muziek, eten, terwijl de vliegers hoger en hoger vlogen, maar nooit zo hoog als de stem van zanger Jimi Bellmartin, die op 28 mei 2021 in het ijle zou verdwijnen.
Ik denk ook aan de lieve mevrouw Veltman, Dien Veltman, die in 1923 in Yogyakarta ter wereld kwam. Op 31 augustus 1954, de verjaardag van koningin Wilhelmina, zette ze voet aan Nederlandse wal, samen met dienstplichtig militair Jos, haar man die ze op Java had ontmoet. Ze kregen een woninkje in Den Bosch, vlak bij de Hadewychstraat, een straatnaam die in de jaren vijftig en zestig vooral naar de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van kinderen verwees.
Zelf kreeg Dien er negen, plus veertien cucu oftewel kleinkinderen en zeventien cici, achterkleinkinderen. Onbetwist was zij het vliegwiel achter saamhorigheid in de familie. In 2017 verhuisde Dien naar woonzorgcentrum De Grevelingen. Op 7 mei van dit jaar stierf ze, twee maanden voor ze een eeuw oud zou worden. Voortaan is er een tijd voordien en een tijd nadien.
Tot slot denk ik aan Performing Gender – Dancing in Your Shoes, een gezamenlijk dansproject van communities uit acht Europese landen. Theaterfestival Boulevard is er een van. Afgelopen week kwamen ze in Den Bosch samen, om hun gedanste verhalen te tonen. Voor de Bossche bijdrage werkten acht mensen uit de Nederlands-Indische en Molukse gemeenschap anderhalf jaar samen, onder leiding van choreograaf Jija Sohn. Een gezelschap met humor: hun performance heette But First We're Going To Eat. Tegelijkertijd is het een project met grote reikwijdte. In de saamhorigheid van de groep durfden sommige deelnemers voor het eerst dagboeken, ongeopende brieven en verzwegen verhalen van lang geleden met elkaar te delen.
Remedie
Het is saamhorigheid die aan een zonnig land herinnert. Maar waar zon is, is onvermijdelijk ook schaduw. Zo heeft saamhorigheid ook een koele of zelfs donkere kant. Want zij kan in behoedzaamheid omslaan, zelf in achterdocht tegenover dat wat minder vertrouwd of onbekend is. In het allerslechtste geval leidt saamhorigheid tot onvrijheid of zelfs uitsluiting. In gemeenschappen die die zich verbonden weten in hun cultuur ligt dat risico steevast op de loer. Volgens mij is er maar één remedie om hun saamhorigheid te behouden. En dat is – paradoxaal genoeg – het delen van hun cultuur met de wereld buiten de eigen gemeenschap.
Dat begint met openheid. Lang volgden de eerste en tweede generatie de overtuiging dat zwijgen de moeder van alle wijsheid is. Velen leefden met gesloten lippen, uit verzet tegen de herinnering aan hun opengevallen mond toen ze ooggetuigen van gruwelen waren. Hun stugge zwijgen zagen zij als loyaliteit aan de gemeenschap. Of het verlichting bracht, is de vraag. Angst en offers gaan immers vaak samen.
Ruim een eeuw geleden schreef Louis Couperus zijn Indische roman Van oude mensen de dingen die voorbijgaan, over saamhorigheid waarachter verhalen zijn weggemoffeld. Het is een schitterende, maar ook beklemmende roman over geheimen, verdrongen herinneringen en kapotgebeten lippen. Eén geruststelling: tot 'de dingen die voorbijgaan' behoort het idee dat zwijgen over angst en verdriet zinvol zou zijn.
Want saamhorigheid en verhulling vormen een slecht huwelijk. Volgens mij gaat het juist om het uitspreken van de verstopte verhalen en het hardop durven stellen van vragen. Ook de ongemakkelijke.
Zoals?
De vraag wat het aandeel van onze voorouders aan het Nederlandse kolonialisme is geweest, de tijd waar de chaotische Bersiap haast onvermijdelijk op volgde.
De vraag of één Westerling meer leed kan veroorzaken dan duizend westerlingen.
De vraag of Nederland wel zo gastvrij was en is als het zich graag voordoet.
De vraag wat het betekent dat Japan onze bondgenoot is in de strijd tegen het expansieve China.
De vraag of we dulden dat elke nieuwe generatie een nieuwe bergtop is die een ander zicht op de geschiedenis kan bieden. Taal taalt zelden naar toeval, zei ik in het begin. In dat besef kan het vast geen toeval zijn dat in het woord herdenking het woord kinderen zit. Zij zijn de dragers van de herinnering, in saamhorigheid die past bij hun nieuwe wereld, dromen en tijd.
___
Uitgesproken op 15 augustus 2023 bij de HONI-herdenking in ’s-Hertogenbosch, die in het teken van 'Saamhorigheid' stond.