Tube

De linkerhand hoeft niet te weten wat de rechter doet, zegt een bijbelse spreuk. Maar die tijd is voorbij, zelfs in het zuiden. Samen zoeken ze zeep, in het jaar van de handwassingen. Nog een les in 2020: je schudt ze niet. Dat botst met Brabantse hartelijkheid, maar burgemeester Mikkers houdt zich er strikt aan. “Kom binnen”, wenkt hij vriendelijk.

Zijn handen ogen schraal. Vorige week is hij zijn tweede tube handcrème begonnen. Ongeparfumeerd, want een burgemeester moet op zijn neus kunnen vertrouwen. Al weken ruikt hij onraad, maar ook de geur van gemeenschapszin en offers.

Hij schenkt koffie op zijn kamer in het stadhuis. Slechts zes anderen zijn in het pand. Huwelijksvoltrekkingen, beraadslagingen en lintjesregen ontbreken. De stofzuiger van Markt 1 is van slag. Ze snakt naar rijstkorrels en confetti.

De burgemeester verontschuldigt zich voor zijn kuchje. Niets aan de hand, stelt hij gerust. Heeft-ie al jaren. Hij is ook niet bang om besmet te raken, zegt hij zonder bravoure. Wel is hij waakzaam en voorstander van onorthodoxe maatregelen. Als een virus regeert, krijg je het niet weg met een motie van wantrouwen.

Nog meer koffie. Hij vertelt over de eerste anderhalve week van de crisis. De adrenaline, de ministerraad die hij bijwoonde, de omgeploegde agenda. Maar ook de bijeenkomsten van de Veiligheidsregio Brabant-Noord. Hij is voorzitter van dit bestuurlijk en hulpverlenend samenwerkingsverband dat zich uitstrekt over zeventien gemeenten, waaronder het zwaar getroffen Meierijstad en Uden.

Alles is anders. Want niet alleen studenten hebben online colleges; ook gemeenten. Tweemaal in de week videovergadert Mikkers met zijn wethouders. Veiligheid voorop. Tijdens de gemeenteraadsvergadering die hij leidt, zitten lokale politici anderhalve motie van elkaar af.

De burgemeester oogt fit, maar maakt dubbele dagen. De crisis vergt dubbeldenken, legt hij uit. Wat is nu nodig? En wat moet er gebeuren als de teugels weer losser mogen? We nemen telkens het beste besluit, stelt hij nadrukkelijk. Of het ook het goede is, is stof voor historici.

Mikkers staat te boek als intelligent en analytisch. Maar hij is ook inlevend, een man van de bevolking. Mensen zijn geen Excel-lijstjes, benadrukt hij. Zijn oren horen veel verhalen uit de stad. Nee, tranen heeft hij nog niet gelaten. Maar de tristesse raakt hem: emoties laten zich niet dag en nacht op anderhalve meter afstand houden. Wat akelig dichtbij kwam? De bezwijking van minister Bruno Bruins, met wie hij regelmatig overleg had.

Zijn mobieltje rinkelt. Elk etmaal voert hij vijftig à zestig telefoongesprekken. Dagelijks heeft hij contact met commissaris Wim van de Donk en de bestuurders Piet-Hein Buiting en Marcel Visser van het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Regelmatig belt hij ook zijn ouders in Heeze. Ze zijn 75 en 76. Het gaat goed met ze.

Ooit zal het virus tot bedaren komen. Maar wanneer? Ooit is een zandloper, in de vorm van een vraagteken. Een oefening in geduld, weet Mikkers. Hou vol, moedigt hij aan. Het is nodig. Schuin tegenover het stadhuis zit de Etos. Straks even tube drie halen.

______________

Publicatie in Brabants Dagblad: 8 april 2020. Noot aan de lezer: de reactiemogelijkheid zal na herziening van de kronieksite vanaf nazomer 2020 weer in gebruik worden genomen.