Wij

Volgens de laatste gemeentelijke telling zijn wij met 155.496 mensen. Dat is de stand van dinsdagmiddag 31 maart 2020. Elk van ons loopt rond in het spookhuis dat corona heet. Wij leven op de tast. Zelfs het bordje nooduitgang is onverlicht. Zeven korte berichtjes over stadsgenoten.

In een Bosch woonzorgcentrum werkt K. uit de Aawijk. Nooit eerder beleefde ze zo’n teamgeest als nu. Kippenvel, zegt ze. De protocollen ontraden fysiek contact met de bewoners. Maar K. en enkele collega’s knuffelen de tachtig- en negentigjarigen regelmatig. Een daad van liefde, zegt K. De mensen snakken naar lijfelijk contact. Ze nomineert ‘huidhonger’ voor woord van het jaar 2020.

M. uit West is zzp’er en gescheiden. Half maart eindigde haar werk abrupt. Ze traint Jumbo-personeel in sociale omgang en communicatie. Vorige week heeft M. zich ingeschreven bij een agrarisch uitzendbureau. Ze wil tomaten of bonen gaan plukken. Haar zoon heeft aangeboden voortaan zelf de chips, cola en snoep te betalen.

In de binnenstad turft Z. de lentedagen. Begin maart heeft een arts van het JBZ haar verteld dat ze longkanker met uitzaaiingen heeft. Levensprognose: enkele maanden. Nu samenkomsten verboden zijn, hoopt Z. vurig dat ze 1 juni zal halen. Ze wil een uitvaart waarop mensen elkaar kunnen omhelzen. Het zou rechtdoen aan haar leven dat ze zo hartstochtelijk heeft gevierd.

M. uit ’t Zand is gezinshulpverlener. Ze is gevraagd om vooral op signalen van kindermishandeling te letten. Maar blauwe plekken zie je niet zo makkelijk bij het videobellen, laat staan bij een haperende wifi.

J. uit de Vliert, die lang van bejaarden gruwde, heeft mevrouw H. uit Anthoniegaarde geadopteerd. Ze doet mee aan een sociaal project dat coronastilte wil doorbreken. Fysiek contact is uitgesloten, maar J. gaat een vrolijke brief schrijven. Over de lente, zodat mevrouw H. die binnenzit, toch weet hoe merels, narcissen en zonlicht in haar stad oprukken.

S. uit Noord heeft bij AH veertien handpompjes met desinfecterende zeep ingeslagen. Andere klanten keken haar vuil aan. Maar S. heeft smetvrees. Tijdens deze pandemie raakt ze haar twee pubers liever niet aan.

P. uit Engelen kan haar vader, die in een verpleeghuis woont, niet meer bezoeken. Harde tijden, harde regels. Beiden vinden dat vreselijk. Ooit was P. een doorgewinterde verpleegkundige. Ze heeft haar diploma uit een la gediept en zich bij een Brabantse zorgkoepel aangemeld inclusief nadrukkelijke plaatsingsvoorkeur. P. wil ouderen helpen, maar hoopt ook haar vader weer te kunnen omhelzen.

E. schrijft stukjes over de staden haar inwoners. Hij denkt aan eerdere epidemieën in Den Bosch. De lepra, die kind aan huis was. De pest in 1439, 1557 en 1623. De dysenterie in 1779. Cholera in 1866. Tyfus in 1898. Eén troost: de vergankelijkheid is onvergankelijk. Alles blijft voorbijgaan.

_________________

Publicatie Brabants Dagblad: 1 april 2020. Noot aan de lezer: de reactiemogelijkheid zal na herziening van de kronieksite vanaf nazomer 2020 weer in gebruik worden genomen.