Zitten [1]

Oblomov is de ziekelijk luie hoofdpersoon uit de gelijknamige roman van Gontsjarov. Pas na honderdtweeënvijftig bladzijden komt hij zijn bed uit. Al snel zal hij lusteloos terugkeren. Een prachtige roman, waarvan twee exemplaren in de Bieb alias Babel aan de Hinthamerstraat liggen te snurken. Toch heeft Oblomov in Nederland nooit op veel sympathie kunnen rekenen. Volgens Google Maps is geen enkele weg naar hem vernoemd. Luiheid belonen we niet, laat staan met straatnaambordjes.

Ooit was zelfs de schijn van nietsnuttigheid een schande. Overdag op een bankje zitten – zeker in het Prins Hendrikpark of de Casinotuin – had iets verdachts. Was de luiwammes werkeloos? Aan de drank? Een kinderlokker? Een nazaat van Oblomov kon het in ieder geval niet zijn – zelfs de geslachtsdaad vond de Russische slaapmuts te vermoeiend. Alleen ouden van dagen mochten urenlang gelegitimeerd op een bankje lummelen.

Maar die tijd is voorbij. In de vrijetijdseconomie ploft elke Nederlander zonder gêne neer. Ook de vermoeide Bosschenaar doet dat, wat vaak klinkt alsof een luchtbed plotsklaps leegloopt. Toch is er iets curieus. Enerzijds heeft zich een zitcultuur ontwikkeld. Anderzijds lijkt het aantal bankjes in de openbare ruimte de laatste dertig jaar af te nemen. Of is dat schijn? Tijd voor onderzoek.

De oogst van eerste waarnemingen: in de Bossche binnenstad zijn veel bankjes opgedoekt. Dat geldt vooral in het winkelgebied. Wil de gemeente zo economische delicten voorkomen? Nietsdoen op een bankje is immers in strijd met het Wetboek van Middenstand. De betrokkene is niet aan het kopen noch op een terras aan het consumeren. Dat zit maar te zitten. Op gratis straatmeubilair. Bankjeshangers zijn economische spelbrekers.

Op de Markt zijn slechts drie banken overgebleven. Eentje schuin tegenover het stadhuis, voor bruidjeskijkers. De andere twee zijn weggemoffeld in de dode hoek van Döner King en Paternoster. Wel zijn de sokkeltreden van Jeroen Bosch geliefd. Met een kanttekening: de noordkant van het standbeeld biedt zicht op de viskar van Gepkens; de oostkant is erger dan een graat in je oog. Zij toont het zwarte gat dat de Pearle in elf seconden opslokte, plus de gemeentelijke schande waarvan zelfs Oblomov wakker zou liggen: De Kleine Winst. Uit protest heeft Jeroen Bosch zijn verkommerde ouderlijk huis letterlijk de rug toegekeerd.

Armoe troef is ook de omgeving van de Sint-Jan. Nergens een bankje. Niet eentje. Enkel op de terrassen kun je zitten. Zou het lokale tapkastsyndicaat hier de hand in hebben? Ver van de kathedraal staan slechts twee zitmeubels. Een aan de zuidkant van de Parade, voor wachtende busreizigers. De ander pal tegenover het Bisschoppelijk Paleis, voor wie in droefenis zelf wil zien hoe hoofdzakelijk vastgoedontwikkelaars en letselschadeadvocaten nog aanbellen.

_______________________

Publicatie in Brabants Dagblad: 1 mei 2019. Dit is deel 1 van een tweeluik over straatmeubilair in Den Bosch. Noot aan de lezer: de reactiemogelijkheid, die tijdelijk buiten gebruik is, zal binnenkort weer functioneren.