Sint [2]

Wie zoet is, krijgt lekkers. Zelfs kort na de Tweede Wereldoorlog, als suiker nog op de bon is. In november 1947 meldt Het Huisgezin – de voorloper van het Brabants Dagblad – dat bezitters van “de bonnen 0-26 en 524” vanwege Sint Nicolaas tweehonderd gram suiker of versnaperingen óf vierhonderd gram jam extra krijgen.

Zuurder is een artikeltje op 29 november 1951. De collecte tijdens de intocht van de Sint heeft in Den Bosch slechts het schrale bedrag van ƒ 327,47 heeft opgebracht. In het aanzienlijk kleinere Vught ruim ƒ 800,–. Dat is per hoofd van de bevolking respectievelijk drievijfde cent en ruim vijf vent “Geeft mild voor het Bossche arme kind!” moedigt de redactie aan.

Vermakelijk zijn de ingezonden brieven. Zeker in Den Bosch, waar zowel klagen als ademhalen een teken van levenslust is. In 1951 schrijft een boze vader dat de ellenlange redevoeringen van Sint en burgemeester op het stadhuisbordes schandalig zijn. Al die kleumende kindjes! Maar het stichtelijke naschrift van de redactie luidt: “Is het niet goed dat dat ook zij reeds horen dat het gemeentebestuur alles doet om hun stad vooruit te brengen?”

Wie op het gemeentelijk Stadsarchief in kranten duikt, ontdekt ook dat vroegverkoop geen nieuw fenomeen is. Al op 24 september 1958 adverteert het Bossche supermarktfiliaal van Centra met een banketstaaf: “Voorproefje van Sinterklaas!” De lekkernij staat op “het boodschappenlijstje van mevrouw Goed-Bekeken.” Van 56 voor 49 cent.

De krant zwijgt over de sinterklaasvieringen van de lokale middenstandsvereniging in de jaren zestig. Begrijpelijk, want het zijn angstaanjagende taferelen in het Sint Jozefhuis aan het Muntelbolwerk: zo’n tweehonderd kinderen van winkeliers zingen zich purper, terwijl Trappedoelie met een zware ijzeren ketting rammelt. Ongehoorzame kinderen moeten mee naar Madrid. Geen pretje. Volgens boze tongen eindigen ze in een dropmachine. Even terzijde: mijn vader is in die jaren drogist. Nog altijd kijk ik met ontzag naar jujubes en griotten. De dropnaam kokindjes wekt misselijkheid op.

Ander maagbederf: Den Bosch beleefde nooit een landelijke intocht. Dit jaar lukte het bijna, maar ongewild heeft het CDA roet in het eten gegooid. Begin 2018 schreven de christendemocraten een aanmoedigingsrijmpje aan het college van B & W. Zinsnede: “Sint wil graag met zijn boot aanleggen in een mooie plek, en daarvoor lijkt ons de gemeente Den Bosch niet gek.” Het siert de Sint dat hij zulke dichtkunst niet honoreert. Aanleggen in een plek; hotsende en knotsende klemtonen. Het is nog net geen kreupelrijm, maar elk woord gun je een looprekje.

De smeekbede hielp dan ook niet. Historische les: alle heiligverklaarde mannen eindigen in Zaanstad. Toch mogen we ons gelukkig prijzen met de loop van de geschiedenis. De dadendrang van Mikkers had nooit in het ruim van de Pakjesboot gepast.

_____________________________

Publicatie in Brabants Dagblad: 5 december 2018. Dit is het slot van een tweeluik over Sinterklaas. Het eerste deel – over de intocht van 1937 en de hedendaagse eieren, siegheiligmannen en pepernoodverordeningen – vind je hier: http://www.bosschekroniek.nl/kronieken-columns/2018/11/20/sint-1Noot aan de lezer: de reactiemogelijkheid, die wegens technische kommer en kwel sinds enige tijd buiten gebruik is, zal binnenkort weer functioneren.