Opstand [2]

Nog een week de tanden op elkaar, dan zijn Bosschenaren verlost van de landelijke Maand van de Geschiedenis. Niet dat deze stad een hekel aan achteromkijken heeft. Integendeel: als Bosschenaren zeggenschap over de evolutie hadden gehad, zat ons hoofd honderdtachtig graden gedraaid op onze romp. Godzijdank is dat de mensheid bespaard gebleven, zoals ook de karakteristieke grootbek van de Bosschenaren beter lokaal dan wereldwijd overlast kan veroorzaken.

Het ongemak zit ’m meer in het thema van de geschiedenismaand: opstand. Veel Bosschenaren hoopten nog dat het een spelfout was: liever op stand dan een barricade die brandt. Toch doet dat imago van burgerlijke braafheid geen recht aan degenen die zich in het verleden hebben verzet. Want zelfs Den Bosch heeft dwarsliggers gekend.

Van grote klasse zijn de tientallen die in de Tweede Wereldoorlog tegenstand boden. Enkele namen: huisarts Cor van Hoeckel, die veel gebroken hoop spalkte, maar zelf op z’n dertigste in Kamp Vught werd gefusilleerd. Arie de Mug, de jonge administrateur die op het stadhuis blanco persoonskaarten voor het verzet ritselde. Broodbakker Daan Gielen uit de Kruisstraat, wiens verzet rees omdat hij gistte van woede.

Na de oorlog was er weinig opstandigheid. De wederopbouw kostte kracht en kruim. Pas in de jaren zestig begon het te rommelen. Het omstreden Structuurplan 1964 wilde de Bossche binnenstad met sloopkogelklappen de moderne tijd in meppen. Met succes bood het Comité Behoud Binnenstad verzet. Ook de voorgenomen demping van de Binnendieze ging niet door.

Wie in opstand komt, wil vaak verandering. Het roer moet om. Maar in Den Bosch drukt verzet bijna altijd het verlangen naar instandhouding uit. Al net zo opvallend: in Den Bosch is behoudzucht niet op voorhand rechts of conservatief. Tussen 1978 en 1983 vocht de kraakbeweging – soms letterlijk – voor behoud van monumentaal, veelal rooms vastgoed: ziekenhuis Johannes de Deo, Huize Agnes aan de Zuid-Willemsvaart, de Rijks HBS, Huize Sint-Jan Baptist aan de Jorisstraat, het Redemptoristenklooster en Noviciaatsgebouw. Al deze grote complexen wist de kraakbeweging voor sloop te behoeden. Op één na: de de bisschoppelijke kweekschool alias P.A. aan het Kardinaal van Rossumplein.

Zijn er nog wel opstanden in Den Bosch? Zelden. Sowieso komen Bosschenaren – toch ietwat lui van aard – vaak pas in verzet als het vet te laat is. Ook letterlijk, mopperen de oliebollenfans. Nu Bosschenaren mogelijk verstoken blijven van glühwein en bepoedersuikerde hap op de Parade dreigt er een heus oproer. Gaat het winterfestijn wel door, nu Joris Linssen met zijn cameraploeg en kersttakken wegblijft? Dat valt nog te bezien. Een den is een pijnboom. Au.

 

____________

Publicatie in Brabants Dagblad: 24 oktober 2018. Dit is het slot van een tweeluik over opstandigheid in de Brabantse hoofdstad.