Afscheid [2]

The spam filter installed on this site is currently unavailable. Per site policy, we are unable to accept new submissions until that problem is resolved. Please try resubmitting the form in a couple of minutes.

Onrustige bovenkamers, kalme dieptes. Dat geldt voor de doden op het kerkhof van Coudewater. Armoedzaaiers rusten hier onder zoden, rijken onder zerken. Deze maand valt het doek voor het psychiatrisch ziekenhuis. Maar de monumentale begraafplaats – al sinds 1990 buiten gebruik – blijft intact.

Het kerkhofgrind knerpt. Annie, die van graf naar graf schuifelt, herkent veel namen. In de tweeënveertig jaar dat ze op Coudewater werkte – hoofdzakelijk als secretaresse van de geneesheer-directeur – heeft ze het afscheid van talloze bewoners en Zusters van Barmhartigheid bijgewoond. Ingetogen uitvaarten waren het, weet Annie. Een handvol wierokige woorden in de kapel, de mannen van de Technische Dienst in zwarte jassen.

Sommige bewoners hadden grote doodsangst. Annie herinnert zich Marietje uit Twente, die vrijwel dagelijks spontaan bij geneesheer-directeur Jongmans binnenstapte. “Moet ik bang zijn?”, vroeg ze dan. Haar eventjes vastpakken bleek telkens het medicijn, dat kort werkte maar geen bijsluiter verlangde.

Op overledenen werd soms autopsie verricht, zeker bij twijfel aan de doodsoorzaak. Zo nodig lichtte men de schedel, op zoek naar afwijkingen in de hersenen. Gemiddeld vijfmaal per jaar begroef Coudewater een bewoner die zichzelf van het leven had beroofd. Weliswaar zelfverkozen, maar in handen van radelozen is vrije wil een nogal groenezepig begrip. Vooral de verdrinkingsdood kwam voor op Coudewater – what’s in name?

Soms plaatste familie een rouwadvertentie, leert een duik in landelijke krantenarchieven. Maar wel omfloerst, zonder de aanduiding ‘psychiatrische inrichting’. In de rouwadvertenties wordt Coudewater vaak als aardrijkskundige naam gebruikt. Tante, broer of nicht is niet in Rilland-Bath of Fochteloo overleden, maar in Coudewater. Een onbekend dorpje aan zee? Zo wilden nabestaanden klaarblijkelijk voorkomen dat de lezer wijdvertakte gekte in de familie ging vermoeden.

Toen Annie in 1954 op Coudewater begon, ontdekte ze dat niet alle chronische bewoners een heldere of overtuigende diagnose hadden. Sommigen waren fijntjes opgeborgen, onder dwang van familie die het gedrag of gedachtegoed van de betrokkene als schandvlek zag. Als Annie haar ogen sluit, ziet ze de gezichten: Trijntje en haar zus uit de Beemster, Emmie-met-haar-chique-hoed uit Volendam. Een verzameling paradijsvogels, waar Avifauna jaloers op kon zijn.

Afscheid onder de beuken. Sleutelbeheerder Leo Balmer, die Annie op het kerkhof heeft vergezeld, vergrendelt het hek. Vlakbij de poort ligt het graf van Tijgertje, de kat van een bewoonster van Coudewater. Mocht niet alleen de kat maar ook haar baasje negen levens hebben: in het volgende bestaan is haar hopelijk meer geluk gegund.

De begraafplaats wordt nog maar amper bezocht, weet Leo. Af en toe meldt zich een familielid, veelal voor genealogisch onderzoek. Dan biedt Coudewater toegang. Want ook maretak of een verwaaid koekoeksnest verdient een plekje in de stamboom.

___________________________

Publicatie in Brabants Dagblad: 12 september 2018. Deel 1 van dit tweeluik is onder 'Kronieken|Columns' te vinden.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden

Uw e-mailadres zal niet openbaar worden gemaakt.