Stemmen

Op 26 september 1952 hoorde hij stemmen. Eerst gedempt, toen helder. Die dag ging het in Gorinchem als een lopend vuurtje rond: de Here had het gezin van dominee Nagels met een zoon verblijd. Roepnaam van de eerstgeborene: Ad. Z

ijn vader was predikant van de Vrije Evangelische Gemeente. Zijn roeping voerde het gezin van Gorinchem naar het Zeeuwse dorp Wemeldinge, het gehucht Bergum in Friesland en naar Zwolle. Volgens archieven eindigde de bekeringstocht in West-Knollendam. Of hij behalve de stem van God ook kindervragen hoorde, is onbekend. In het herderlijke gezin was Ad het zwarte schaap – een wankele, vreemde knaap. Al staat het woord genade maar liefst honderdvijfenveertig keer in de bijbel, toch ontving Ad het niet. Misschien las zijn vader eroverheen.

Ergens in de jaren zeventig keert hij het ouderlijk huis de rug toe. Ad gaat in de Bijlmer wonen. Daar hoort hij de stem van de maatschappij, die uitnodigend wenkt en roept. Maar hij houdt zich doof. Af en toe werkt hij als schoonmaker, al is de vraag of staalborstel en groene zeep toereikend zijn om de bevlekte ziel van een domineeszoon te reinigen.

In de jaren 80 hoort Ad stemmen op het stadhuis van Amsterdam. Ze spreken over liefde. “Ja, ik wil”, zegt een Israëlische vrouw tegen Ad. Maar het beloofde land wordt zijn hun huwelijk niet. Na twee jaar eindigt de verbintenis. Vijf maanden later heeft Ad een Marokkaanse bruid. Ook dat trouwboekje zal niet in langdurig liefdeslicht vergelen. Ze scheiden na veertien maanden. Vijf jaar later schrijven zijn vader en andere dominees het boek ‘De toekomst in bijbels licht’. Maar of dat de duisternis heeft kunnen verjagen, is evenmin waarschijnlijk.

Vanaf de millenniumwisseling hoort Ad stemmen die opdrachten geven. Hij stuurt circa 3.500 brieven en mails aan oud-premier Kok, toenmalig premier Balkenende, ministers en Kamerleden. Het zijn veelal doodsbedreigingen. In 2003 verklaart de rechter hem volledig ontoerekeningsvatbaar. Na dwangverpleging wil Ad de draad weer oppakken. Maar dat mislukt. Er is geen draad.

In 2006 raakt hij dak- en thuisloos. Waar hij verblijft, weet enkel zijn schaduw – al veronderstelt dat zonlicht. Eén zekerheid: zijn geest blijft rumoerig. Afgelopen zomer ontvlucht hij Amsterdam, nadat stemmen hem achtervolgen. Ze hebben het op hem gemunt. Bij toeval belandt Ad in Den Bosch, al zal elke domineeszoon tegenwerpen dat toeval niet bestaat. Laten we het geluk noemen.

Op 30 september werd Ad officieel inwoner van de Brabantse hoofdstad. Lang zou die troost niet duren. Na kort verblijf in dak- en thuislozenopvang Het Inloopschip en opname in het Jeroen Bosch Ziekenhuis eindigde hij in een hospice. Ad bleef goedlachs, ook al had hij kanker. In zijn laatste dagen schuifelde hij regelmatig naar buiten om nog een sigaretje te roken. Jas aan, pet op, vijfenzestig jaar levenswandel. Volgens de verzorgenden van het hospice was heteen lieve, vriendelijke man.

Op maandag 23 oktober spitste hij nog eenmaal zijn oren. Stemmen zongen een lied dat hem uitnodigde om stilletjes te volgen. Om kwart over vier zweeg het koor. Toen is Ad meegegaan.

Zijn moeder moest geïnformeerd worden, had Ad gezegd. Verder niemand. Maar zij blijkt al in 2014 te zijn overleden. Indertijd heeft men Ad vergeefs gezocht. Niemand kende zijn woon- of verblijfplaats. Daarover hoeft geen twijfel meer te bestaan. Sinds maandag 30 oktober rust Ad op de begraafplaats van Rosmalen.

____________

Publicatie Brabants Dagblad: 1 november 2017, Allerheiligen. Omwille van privacy is de achternaam gefingeerd. Ad is als kind-noch-kraai-dode begraven.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden

Uw e-mailadres zal niet openbaar worden gemaakt.
Type the characters you see in this picture. (m.b.v. audio)
‘Spammen’ gebeurt hoofdzakelijk geautomatiseerd. Om deze digitale vervuiling tegen te gaan, vragen wij u de bovenstaande letters en cijfers over te tikken. U mag zowel kleine als hoofdletters gebruiken.