Winnen

Lentedag 1963, Waspik. Op de Rooms-Katholieke Jongensschool lachen eenentwintig knapen naar de fotograaf. Zij zijn de doorleerders van de zesde klas, die niet naar de fabriek of ambachtsschool gaan. Terug naar je tafeltje, zal meneer Baaten – rechts naast schoolhoofd Van der Rijken – even later sommeren. Tijd voor het opstel. Onderwerp: wat wil je later worden? De meester deelt schrijfpapier uit, maant tot stilte. Twintig knullen bijten op hun kroontjespen, zoeken inspiratie. Eén jongen schrijft, zonder hapering. Sportleraar wil hij worden. Als eerste levert hij zijn epistel in. Haantje de voorste was Ton Rombouts indertijd al.

Dat opstel is hij trouw gebleven. Vierendertig jaar vervulde hij het sportleraarschap. Eerst in Wouw en Boxtel, later in Den Bosch. Overal met zin, ziel en zaligheid. Maar nu is Ton klaar, het trainingspak kan uit. Nooit meer zal hij het anderen hoeven te leren: de handstand, het vogelnestje, de onmogelijk gewaande spagaat.

In Den Bosch veranderde hij stilstand in beweging. De stad raakte zichtbaar fitter. Blessures waren er ook. Met name bij het Stedelijk Kampioenschap Discuswerpen 2000 ging de verbandkist open. Dat evenement kende een ongekende burgerparticipatie, maar ook diskwalificaties wegens dopinggebruik en onreglementair gedrag. De nooit uitgereikte bokaal verdoft al jaren onder het stof. Locatie: het magazijn van Princen Sport aan de Graafseweg.

Meer geluk bracht zijn liefde voor wielrennen. Een erfelijke kwestie: zijn vader zat jarenlang in het comité dat de Ronde van Waspik organiseerde. In 1951, het geboortejaar van Ton, vond de eerste editie plaats. Een criterium is er om te winnen, zag hij. Zo werd winnen een belangrijk criterium in Tons leven.

Victorie vergezelde hem op velden en in gymzalen. Ton temde bok en paard, liep met ogen dicht over de dunste evenwichtsbalk. Slechts voor één toestel had hij huiver. De brug. Zelfs een exemplaar met gelijke leggers schrok hem af. Om zijn angst te luwen, brandde hij kaarsjes in de Sint-Jan. Maar dat liep in de papieren: het loon van een sportdocent is schraler dan van bijvoorbeeld een burgemeester. Uiteindelijk versloeg Ton op eigen kracht zijn oeverloze angst. Die triomf werd gevierd met de ingebruikname van een brug.

Meester was hij in luchtacrobatiek. Torenhoge salto’s, zevendehemelkunst. Hij kraste zijn naam op de zon. Toch raakte Ton nooit in een vrije val. Zijn geheim? Slimheid, want hij leerde van klassieke vergissingen. Zo droeg Icarus vleugels van was, maar tooide Ton zich met tegenwoordigheid: vleugels van is. Op de thermiek van het heden wentelde hij hoger en hoger.

Tegelijkertijd zocht Ton diepgang, voorbij de Bossche betekenis van dat woord: een afdaling naar de drankkelder of een wazige blik over de rand van het puthuis. Deze week vertrekt de sportleraar. Maar Den Bosch blijft gezond achter, dankzij jarenlange deelname aan de Triathlon van Ton: elke dag drie uur sporten, drie uur leren, drie uur kunst en cultuur.

Lentedag 1963, Waspik. De andere jongens leveren hun opstel in. Al die tijd heeft Ton zitten dromen. Sportleraar zal hij worden. Verder, hoger, sneller. De beste zijn. En als hij het niet is: anderen aansporen om de beste te zijn. Halverwege zijn opstel had hij nog even overwogen om een nieuw blaadje aan meneer Baaten te vragen. Voor een ander beroep: burgemeester. Maar dat was dwaze overmoed, wist Ton. Hij had gegrinnikt om zijn eigen gekkigheid.

Een mens kan niet alles winnen.

___________________

Publicatie Brabants Dagblad 27 september 2017

Reacties

Nieuwe reactie inzenden

Uw e-mailadres zal niet openbaar worden gemaakt.
Type the characters you see in this picture. (m.b.v. audio)
‘Spammen’ gebeurt hoofdzakelijk geautomatiseerd. Om deze digitale vervuiling tegen te gaan, vragen wij u de bovenstaande letters en cijfers over te tikken. U mag zowel kleine als hoofdletters gebruiken.